Wat is het verschil tussen een plat en hellend groendak?
Groendak rekent daken met een helling tot 10° tot de platte daken. Vanaf 10° spreken we van een hellend of schuin dak. De dakhelling bepaalt mede hoe de groendakopbouw wordt uitgevoerd en welke aanvullende voorzieningen nodig zijn.
Bij een plat groendak (0° tot 10° helling) worden de lagen doorgaans los op de geschikte, waterdichte dakbedekking aangebracht. De opbouw zorgt voor bescherming, een groeilaag voor de planten en een goede waterhuishouding. Overtollig regenwater moet via de drainage naar de dakafvoeren kunnen stromen, terwijl voldoende vocht beschikbaar blijft voor de begroeiing.
Een hellend groendak (meer dan 10° helling) heeft dezelfde basisfuncties, maar de helling stelt extra eisen. Water stroomt gemakkelijker naar beneden en ook het substraat en de begroeiing kunnen verschuiven. Daarom kunnen aanvullende voorzieningen nodig zijn, zoals anti-afschuifprofielen, rasters of verankeringen. Daarnaast kan bescherming tegen het wegspoelen van substraat nodig zijn zolang de begroeiing nog onvoldoende houvast biedt.
Ook de drainage en wateropslag worden afgestemd op de helling. Het verschil zit dus vooral in de uitvoering: op een hellend dak moeten de lagen stabiel blijven én de planten voldoende water krijgen.
Elke plantensoort heeft voldoende wortelruimte nodig om goed te groeien. De dikte van de substraatlaag moet daarom aansluiten op de gekozen beplanting. Meer hierover leest u in de VBB FLL-norm voor begroeide daken van de Vereniging Bouwwerk Begroeners.
Overeenkomsten tussen een plat en hellend groendak
Zowel platte als hellende groendaken hebben dezelfde basisfuncties: bescherming van de dakbedekking, een goede waterhuishouding en een geschikte groeiplaats voor de beplanting. Daarom komen in beide opbouwen vergelijkbare materialen voor.
Een veelgebruikte laagopbouw bestaat, van boven naar onder, uit:
- Vegetatiematten of losse beplanting: vormen de bovenste laag, bijvoorbeeld met sedum, kruiden of grassen.
- Daksubstraat: vormt de groeilaag waarin wortels houvast vinden en water, lucht en voedingsstoffen beschikbaar zijn.
- Filtervlies: laat water door en beperkt het inspoelen van fijne substraatdeeltjes in de drainage.
- Drainagematten of drainageplaten: voeren overtollig regenwater af richting de dakafvoeren. Afhankelijk van het product kunnen ze ook water vasthouden voor de planten.
- Beschermdoek: helpt de onderliggende dakbedekking beschermen tegen beschadiging door de bovenliggende materialen.

Deze functies hoeven niet allemaal in afzonderlijke producten te zitten. Zo kan een filtervlies aan een drainageproduct bevestigd zijn. Op hellende daken wordt bijvoorbeeld ook een hydrodrain toegepast die bescherming, drainage en filtering combineert.
Bij beide daktypen moeten de beplanting, substraatdikte en waterhuishouding op elkaar aansluiten. Ook is geschikte dakbedekking belangrijk. Is deze niet aantoonbaar wortelwerend, dan kan aanvullende wortelwering nodig zijn. Een beschermdoek is niet automatisch wortelwerend.
Hellende en schuine daken vragen om een andere technische aanpak dan platte daken. Daarom werkt Groendak met verschillende dakopbouwen voor uiteenlopende hellingen en soorten begroeiing. Op deze pagina leest u alles over de dakopbouw van groene daken in het algemeen. Daarnaast vind u ook linkjes naar de specifieke opbouw voor platte en schuine daken.
Welke groendakopbouw past bij uw dak?
Naast de dakvorm bepalen de draagkracht, de staat van de dakbedekking en uw gewenste begroeiing welke opbouw geschikt is. Daarbij is het gewicht van het volledige, waterverzadigde geheel van belang. Ook moet overtollig water goed kunnen worden afgevoerd.
Groendak helpt u bij het kiezen van een passende opbouw. Bij uw offerte ontvangt u, waar van toepassing, twee prijsvoorstellen: één voor compleet leveren en aanbrengen en één voor alleen levering.
Offerte aanvragen